Naarmate de fietsvakantie vorderde dronken we ook steeds meer water. In het begin moet je “er om denken” om genoeg te drinken, kennelijk wordt dat op een gegeven moment meer een automatisme. We tikten per persoon makkelijk 2 tot 4 liter water weg op een dag.

We hebben op onze fietsen maar ruimte voor twee bidons, dat betekende in ieder geval één ding: Bijvullen en nog eens bijvullen. Soms bleek dat veel makkelijker gezegd dan gedaan.

Er zijn provincies die behoorlijk goed zijn voorzien in openbare watertappunten. In Brabant heb je bij kerkpleinen vaak pompen of waterpunten van BrabantWater. In het grootste deel van het Duingebied in Zuid-Holland zijn deze ook beschikbaar. Supermakkelijk, maar in de rest van Nederland zijn we deze oplossing bijna niet tegen gekomen. En ja, wat dan?

Vragen

We probeerden een beetje creatief en goedkoop water bij elkaar te scharrelen. In Brabant waren er, zogezegd, pompen bij de vleet. In Zeeland vroeg het wat meer creativiteit. Het bijvullen in combinatie met een terrasstop (het is natuurlijk vakantie) ging vaak probleemloos. Een enkele keer hebben we ook gewoon op de bonnefooi gevraagd of we ergens onze bidons mochten bijvullen. Dat laatste ging niet altijd goed.

Het absolute dieptepunt was een akkefietje met een Zeeuwse kroegbazin. Onze voorraad was zo goed als op en we bevonden ons in – excuse my French – Rimboe-Zeeland. We hadden geen idee wanneer we weer een supermarkt zouden treffen, dus we gingen over op de tactiek: ergens om water vragen. Mevrouw kroegbazin vond het geen probleem om onze bidons even bij te vullen. Nadat ze het laatste restje water uit onze bidons gegooid had kwam pas de extra voorwaarde: ze zou alleen de bidons weer vullen als we een consumptie op het terras zouden nuttigen.

Als ze dat van te voren had gezegd had ik het misschien zelfs gedaan, nu ging ik nog liever dood dan op die manier aan drinkwater te komen. Harde les. Vanaf dat moment hebben we deze optie ook bijna niet weer gebruikt. We gingen over op andere manieren om de bidons gevuld te houden.

Bronwater

Dit is in ieder geval een van de makkelijkste manieren. Haal twee of drie flessen van het goedkoopste bronwater in supermarkt. Het is -om de gebroeders Steeman te citeren- 1063x duurder dan kraanwater, maar nog altijd beter dan helemaal zonder zitten.

We vulden voor we vertrokken natuurlijk op onze overnachtingsplaats de bidons met kraanwater en halverwege de dag – als we toch boodschappen moesten doen – namen we twee of drie flessen bronwater mee. Op deze manier waren we eigenlijk altijd wel voorzien van een aardige voorraad. Dit hadden we volgehouden als we niet halverwege onze vakantie een briljánte tip kregen…

Begraafplaatsen

Onorthodox, maar wel een gouden tip. Bij begraafplaatsen staat bij de ingang praktisch altijd een kraan met een gieter erbij. Dit water is gewoon drinkwater en je kan nog zo verstoken zijn van winkels, begraafplaatsen hebben ze écht overal. Bovendien zijn de LF-routes geneigd om je steeds een DBO* te laten maken door dorpen en steden, dus op een tocht als de Ronde van Nederland zul je ze steevast tegen komen.

We hebben er uiteindelijk niet eens zoveel gebruik van hoeven maken, maar voor volgend jaar gaan we deze laatste tip zeker onthouden. Op meer gebruikte routes zijn er ook best wat fietsvriendelijke cafés. Je zou zelfs even bij een grotere camping het terrein op kunnen lopen om je bidon bij te vullen bij de sanitaire voorzieningen.

Mogelijkheden te over. Misschien heb je zelf ook wel een goed systeem om aan water te komen tijdens een fietstocht of vakantie. Wat doe jij zoal als je water tekort komt? Werkt dat ook voor je in het buitenland bijvoorbeeld? Laat het me weten in de reacties!

*afkorting voor Doelloos Blokje Om